Leidse Pieterskerk, het tafereel voor een schaakevenement

perspresentatiebannerAltijd leuk als een kerk het tafereel voor een schaakevenement is, zeker als dat de prachtige Pieterskerk in Leiden is. Op deze locatie – die sinds 1970 geen dienst meer doet als kerk, maar uitsluitend voor evenementen gebruikt wordt – wordt straks een buitenronde van het wereldberoemde TaTa Steel Chess Tournament gespeeld. Nadat de toernooidirecteur – Jeroen van de Berg – de namen van de deelnemers in het hoofdtoernooi bekend had gemaakt wordt de aanwezigen een rondleiding door de kerk aangeboden. In eerste instantie ben ik de enige die hier gebruik van maakt en dus krijg ik een privé rondleiding van een alleraardigste jongeling die verantwoordelijk is voor de marketing van de Pieterskerk, want alleen op basis van goedgelovige bezoekers kan de kerk niet meer draaien.

’t Orgel
Mijn rondleider begint met trots over de twee orgels te vertellen, het majestueuze orgel boven het schip dateert al van 1400 en is een aantal jaren geleden mede dankzij fondsenwerving – sponsor een pijp – gerestaureerd. De pijpen waren vooral aangetast door sterke temperatuurwisselingen wat onder meer roest veroorzaakt maar dat is inmiddels opgelost door de graven onder de prachtige vloer te ruimen en hiervoor in de plaats vloerverwarming aan te brengen. De temperatuur is dan ook aangenaam, al blijft de vraag of dat ook geldt voor stilzittende schakers.

Belangstellende(n)
Inmiddels is belangstellende twee aangehaakt die een opmerking maakt over de vloer: ‘Hij lijkt niet erg vlak en zo te zien helt hij ook’. De gids licht toe dat de vloer na het ruimen juist veel egaler is dan voorheen. Enthousiast vervolgt hij met een interessante informatie over hoe je in vroeger tijden een plekje veroverde in de kerk. Dat was namelijk alleen voorbehouden aan de rijken die zich een graf in de kerk konden permitteren. Díe graven lagen nogal eens schots en scheef met als gevolg dat als het een erg warme dag was de botjes en beenderen en vooral natuurlijk het rottende vlees een onaangename geur verspreidden. ‘En daar’ – zo vervolgde hij vol vuur – ‘komt de uitdrukking Rijke Stinkerds vandaan.”

Schaakeringen
Ik bedenk dat het goed is dat die schakers niet met deze wetenschap verrijkt worden, want ik kan me toch voorstellen dat als je daar straks op zo’n grafsteen zit te schaken je wellicht toch onwillekeurig af en toe een luchtje denkt te ruiken en je dat meteen associeert met dood en verderf of misschien zelfs wel een vergiftigde pion met de dood tot gevolg! Ik wend me weer tot de rondleider. ‘Is iedereen hier dan vertrokken?’, vraag ik nieuwsgierig, ‘Nee, bij het koor liggen de echte jongens nog, onder de verhoogde vloer. Jan Steen bijvoorbeeld’. Steenkoud, denk ik meteen.

Drieluik

Zwart-Wit drieluik
Verderop aan een muur hangt een kopie van het beroemde drieluik van Lucas van Leyden. Trots meldt de gids dat deze – overigens zeer fraaie – kopie gemaakt is door de bekende Leidse kunstenaar Casper Faasse. Ernaast hangt de footprint, met behulp van röntgenstralen is de zwart-witte ondergrond voor het doek tevoorschijn gehaald en op het naastgelegen paneel afgedrukt. Zo kun je zien hoe het schilderij is opgebouwd. Wedden dat de schakers zich meer aangesproken voelen door dat zwart-witte exemplaar dan het kleurrijke doek ernaast? Het origineel hangt tijdelijk in het Rijksmuseum totdat museum de Lakenhal verbouwd is. Casper mag hier straks ook blijven hangen.

Benieuwd of dat nog van invloed op de schakers zal zijn ‘Het laatste oordeel’. Over hun spel? Schakers kennende hebben ze waarschijnlijk alleen oog voor het bord en de stukken. Maar voor de bezoekers valt er dus ook voor niet schaakliefhebbers nog wel het een en ander te zien.

(Column en foto’s Maaijveld)

Bladwijzer de permalink.

Reacties zijn gesloten.